
DEN HAAG – Curaçao is nu ook formeel uit de Koninkrijksregeling geschrapt waarmee sinds 10 oktober 2010 toezicht werd gehouden op overheidstaken die het land destijds nog niet zelfstandig op voldoende niveau kon uitvoeren. De eerder aangekondigde beëindiging is inmiddels in de regelgeving verwerkt en op 16 juli in werking getreden.
Dat blijkt uit het Koninklijk Besluit dat deze week is gepubliceerd. Het besluit werd op 9 juli ondertekend. Alle verwijzingen naar Curaçao, de Curaçaose voortgangscommissie en het ministerieel overleg over de Curaçaose plannen van aanpak zijn uit de regeling verwijderd.
Het Koninkrijk maakte in april al bekend dat Curaçao uit de regeling zou verdwijnen. Met het nieuwe besluit is die politieke beslissing nu juridisch uitgevoerd. De formele toelichting stelt dat alle plannen van aanpak voor Curaçao zijn afgerond en dat de samenwerkingsregeling voor het land daarmee is uitgewerkt.
De regeling ontstond bij de ontmanteling van de Nederlandse Antillen op 10 oktober 2010. Curaçao en Sint Maarten werden toen zelfstandige landen, maar konden enkele overheidstaken nog niet direct volledig zelfstandig uitvoeren. Voor die taken werden verbeterplannen opgesteld. Speciale voortgangscommissies hielden toezicht op de uitvoering daarvan.
Het schrappen betekent niet noodzakelijk dat alle betrokken Curaçaose overheidsdiensten zonder problemen functioneren. Het houdt juridisch in dat de destijds afgesproken plannen zijn voltooid en dat de bijbehorende rapportages en het toezicht vanuit deze specifieke regeling zijn beëindigd.
De regeling staat los van het Landspakket en het huidige hervormingstraject tussen Curaçao en Nederland. Die samenwerking is gebaseerd op andere afspraken en blijft door het schrappen van Curaçao uit deze toezichtregeling onveranderd.
Sint-Maarten blijft onder toezicht
Voor Sint-Maarten blijft de samenwerkingsregeling wel gelden. Daar lopen volgens de toelichting nog plannen van aanpak die onder de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie vallen.
De regels voor dat toezicht worden tegelijkertijd versoepeld. Sint-Maarten hoeft voortaan ieder halfjaar te rapporteren in plaats van ieder kwartaal. Ook wordt de termijn voor het opstellen van uitvoeringsrapportages en het beantwoorden van voortgangsrapportages verlengd van twee naar vier weken.
Volgens de toelichting bleek de eerdere rapportagefrequentie in de praktijk te hoog, mede vanwege de beperkte personele capaciteit op Sint-Maarten. De halfjaarlijkse rapportages zullen naar verwachting wel uitgebreider worden.
Ook wordt de verantwoordelijke Sint-Maartense vakminister toegevoegd aan het ministerieel overleg. In de praktijk gaat het om de minister van Justitie, omdat de nog lopende plannen van aanpak onder die minister vallen.
De regeling kan voortaan telkens met drie jaar worden verlengd, in plaats van met twee jaar. Zodra ook de laatste plannen van Sint-Maarten zijn voltooid, moet de volledige regeling bij Koninklijk Besluit worden ingetrokken.





































